Berichten

Terugkeer naar sport na schouderinstabiliteit fysieke en mentale parameters - Fysiolinks

Het moment waarop een patiënt veilig kan terugkeren naar sport na een episode van schouderinstabiliteit is cruciaal en complex. Het vereist meer dan spierkracht of bewegingsuitslag. Volgens prof. Jaggi moeten zowel fysieke als psychologische parameters worden meegenomen in de beslissing.

Casus: Bram, 28 jaar, handbalkeeper

Na een traumatische voorste schouderluxatie onderging Bram een arthroscopische Bankart repair. Vijf maanden postoperatief voelt hij zich fysiek sterk, maar ervaart nog angst bij bovenhandse worpen en bepaalde rotatiebewegingen. Hij wil binnen 4 weken terugkeren naar competitie.

Ondanks dat zijn kracht en ROM vrijwel hersteld zijn, merkt Bram dat hij tijdens training zwaarder ademt en gespannen raakt zodra hij de bal uit het doel wil slaan, alsof hij op onbewust niveau ‘gehoorzaamt’ aan een oude herinnering van instabiliteit. Dit gevoel van spanning maakt hem terughoudend en leidt tot psychologische spanning tijdens sportmomenten. Hoewel hij bedachtzaam traint, heeft hij moeite de automatische beweging van een worp te laten gebeuren, omdat zijn aandacht afgeleid wordt door gedachten aan een hernieuwde dislocatie. Daardoor mist hij timing en coördinatie, terwijl zijn fysieke vermogen eigenlijk voldoende is.

Klinisch redeneren en validatiecriteria

De terugkeer naar sport moet gebaseerd zijn op:

  • Objectieve criteria: Kracht (90% van niet-aangedane zijde), ROM, scapulacontrole.
  • Functionele tests: Shoulder Symptom Modification Procedure, SS test-batterij.
  • Psychologische readiness: vragenlijst SIRSI (Shoulder Instability Return to Sport Index). Angst en bewegingsvermijding blijven belangrijke predictoren voor een terugval.

Volgens Jaggi blijven zelfs 12 maanden na de eerste dislocatie nog tekenen van kinesiofobie aanwezig. Graded exposure, VR-revalidatie en taakgerichte training kunnen bijdragen aan heropbouw van vertrouwen en veiligheid.

Behandelplan

  • Week 20-24 postoperatief:
    • SS test afnemen.
    • Beoordeling met SIRSI (score >80%) vereist.
    • Integratie van bovenhandse worpen onder supervisie.
  • Week 25+:
    • Volledige return to play mits positieve testresultaten, absence van apprehension, GROC-score >4 en functionele belasting zonder klachten.

Een veilige terugkeer naar sport na schouderinstabiliteit vereist een combinatie van objectieve fysieke testen en subjectieve readiness-scores. De rol van angst en perceptie mag niet onderschat worden. De fysiotherapeut is hierin coach, tester en begeleider.

Leer meer over schouderinstabiliteit met prof. dr. Anju Jaggi en effectieve behandelingen in onderstaande inzichtelijke webinar van 25min.

Meer weten over schouderinstabiliteit met de schoudercursus van dr. Anju Jaggi

Onze tweedaagse Engelstalige cursus ‘Solving complex shoulder problems’ helpt je klachten van de schoudergordel beter te begrijpen door te focussen op het beïnvloeden van de motorische controle. Als cursist word je daarnaast meegenomen in de problematiek van schouderinstabiliteit veroorzaakt door gebrek aan rotator cuff controle, rotator cuff insufficiëntie en de classificatie en behandeling van niet traumatische instabiliteit. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde schoudercursus van Anju Jaggi ».

 

Atraumatiche schouderinstabiliteit herkennen, classificeren en revalideren - Fysiolinks

Atraumatische schouderinstabiliteit is vaak minder zichtbaar dan de traumatische variant, maar vormt een aanzienlijke uitdaging in de klinische praktijk. Het komt vaker voor bij jonge vrouwen met hypermobiliteit, psychosociale comorbiditeiten en een atypisch bewegingspatroon. Prof. Jaggi benadrukt het belang van juiste classificatie en langdurige gestructureerde revalidatie.

Casus: Sofie, 24 jaar, yogadocente

Sofie presenteert zich met vage schouderklachten, gevoel van instabiliteit en recidiverende subluxaties zonder trauma. Ze scoort hoog op de Beighton score (8/9) en vertoont multidirectionele laxiteit met positieve apprehension- en sulcus-sign. Imaging toont geen structurele schade. Ze rapporteert angst om haar arm te gebruiken tijdens houdingen.

Sofie vertelt dat ze sinds het ontstaan van de klachten haar werk en sociale activiteiten heeft aangepast uit angst voor uitval en pijn, wat haar gevoel van controle verder ondermijnt, en dat haar dagelijkse routine in het huishouden en haar hobby’s, zoals het verzorgen van planten en buitensporten, steeds meer uit haar handen glijden; deze subtiele verlieservaringen stapelen zich op en versterken haar bewegingsangst, waardoor haar schouderinstabiliteit niet alleen een fysiek probleem is, maar ook in psychologisch en gedragsmatig opzicht een steeds groter effect op haar kúnnen heeft.

Klinisch redeneren en differentiaaldiagnose

Volgens Jaggi is de eerste stap het uitsluiten van structurele pathologie, gevolgd door evaluatie van hypermobiliteit, scapulaire dyskinesie en psychosociale factoren zoals angst, depressie en bewegingsangst (kinesiofobie). Bij Sofie wijst alles op een instabiliteit binnen het spectrum van hypermobiliteit (mogelijk hEDS). Functionele MRI toont bij deze populatie verhoogde corticale activiteit bij armbewegingen, wat wijst op verhoogde cognitieve belasting.

Behandelplan

  • Programma: Progressieve oefentherapie op basis van het Derby Shoulder Instability Program.
    • Doel: opbouw van kracht, snelheid, coördinatie en controle.
  • Week 1-4: Start met laagbelaste scapulastabiliteitsoefeningen (closed chain). Educatie over langdurig beloop en normaliseren van symptomen.
  • Week 5-8: Toevoegen van cuff- en kinetic chain oefeningen. Stimuleren van gripkracht als correlatie met schouderfunctie.
  • Week 9-16: Plyometrische belasting, integratie van beweging in functionele patronen (yoga-houdingen). Toetsing met WOSI en GROC.

Atraumatische instabiliteit vraagt om een langdurig, gepersonaliseerd oefenprogramma gericht op neuromusculaire controle en bewegingsangst. Begeleiding binnen een interdisciplinair team (psycholoog, revalidatiearts) kan nodig zijn bij persisterende klachten.

Leer meer over schouderinstabiliteit met prof. dr. Anju Jaggi en effectieve behandelingen in onderstaande inzichtelijke webinar van 25min.

Meer weten over schouderinstabiliteit met de schoudercursus van dr. Anju Jaggi

Onze tweedaagse Engelstalige cursus ‘Solving complex shoulder problems’ helpt je klachten van de schoudergordel beter te begrijpen door te focussen op het beïnvloeden van de motorische controle. Als cursist word je daarnaast meegenomen in de problematiek van schouderinstabiliteit veroorzaakt door gebrek aan rotator cuff controle, rotator cuff insufficiëntie en de classificatie en behandeling van niet traumatische instabiliteit. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde schoudercursus van Anju Jaggi ».

 

Behandelstrategie bij een oudere patiënt met een degeneratieve rotator cuff scheur met prof. dr. Ann Cools - Fysiolinks

Rotator cuff scheuren komen vaak voor bij oudere patiënten en zijn niet zelden een onderdeel van het normale verouderingsproces. Maar hoe ga je hier als fysiotherapeut op klinisch verantwoorde wijze mee om? Prof. dr. Ann Cools pleit in haar webinar voor een functionele benadering met een gepersonaliseerd oefenprogramma.

Casus: Mevrouw De Vries (68 jaar)

Mevrouw De Vries is een actieve, alleenwonende vrouw die zich presenteert met pijn in haar rechterschouder sinds enkele maanden. De pijn is vooral aanwezig bij het boven het hoofd reiken, zoals bij het pakken van objecten uit keukenkastjes of het kammen van haar haar. Tijdens klinisch onderzoek worden een positieve Jobe test, beperkte actieve elevatie en nachtelijke pijn vastgesteld. MRI toont een degeneratieve supraspinatus ruptuur. Haar hulpvraag is functioneel: ze wil zonder pijn haar dagelijkse activiteiten uitvoeren.

Klinisch redeneren en onderbouwing

Het klinisch beleid is niet gericht op de scheur zelf, maar op de functiebehoefte van de patiënt. Volgens de literatuur en de aanbevelingen van prof. Cools moeten oefeningen niet per se de rotator cuff zelf activeren, maar veeleer de deltoideus stimuleren om de functie van de schouder over te nemen. Bench slides, wall slides en het Levi-programma zijn evidence-based interventies waarbij minimale activatie van de rotator cuff plaatsvindt (EMG-activiteit <15%), maar de deltoideus en scapulaire spieren progressief geactiveerd worden (tot wel 40% EMG-output) zonder structurele overbelasting.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met de mate van irriteerbaarheid. Bij mevrouw De Vries is sprake van matige irriteerbaarheid: VAS 5/10, geen constante pijn, lichte nachtelijke klachten. Dit laat toe om het oefenprogramma progressief op te bouwen binnen haar belastbaarheid. Ook contextuele factoren zoals haar motivatie, zelfstandigheid en verwachtingspatroon zijn positief, wat voorspellend is voor succesvolle conservatieve behandeling.

Behandelplan

Het behandelplan is opgebouwd volgens het principe van geleidelijke progressie, afgestemd op de individuele belastbaarheid:

  • Week 1-4: Bilaterale bench slides op lage elevatie (tot 90 graden), 3x/dag, 3×10 reps. Evaluatie met GROC en PASS.
  • Week 5-8: Inbouwen van Levi-oefeningen met inclinatie (15-30 graden). Focus op scapulastabiliteit.
  • Week 9-12: Wall slides met weerstand en coördinatie-oefeningen boven schouderhoogte. Gebruik van subjectieve scores (DASH, GROC >4, PASS positief) en objectieve metingen (ROM, kracht via hand-held dynamometer).

Rotator cuff scheuren bij ouderen zijn klinisch beheersbaar met een doelgerichte, progressieve oefentherapie. De focus ligt niet op de anatomische laesie, maar op de functionele noden van de patiënt. Door rekening te houden met irriteerbaarheid, motivatie en realistische doelstellingen, kunnen fysiotherapeuten een grote impact hebben op kwaliteit van leven.

Prof. dr. Ann Cools onthult in onderstaande boeiende 20-minuten gratis webinar de effectieve behandeldoelen en bijbehorende oefeningen. Verrijk je kennis met waardevolle inzichten en behaal succes in elke behandeling.

De schoudercursussen van prof. dr. Ann Cools

Ann Cools is een Belgische fysiotherapeut en onderzoeker, die bekend staat om haar expertise in schouderrevalidatie en -behandeling. Ze heeft ook haar eigen schoudercursussen ontwikkeld, genaamd “Schouderklachten basis, advanced en level III”, waarin ze zich richt op het ontwikkelen van een dieper begrip van de anatomie en biomechanica van de schouder en het toepassen van wetenschappelijk onderbouwde revalidatieprincipes.

De tweedaagse ‘Schouderklachten basis’ worden behandelingsrichtlijnen beschreven voor de meest voorkomende (chronische) schouderaandoeningen zoals rotator cuff aandoeningen, traumatische en atraumatische instabiliteit, scapulaire dyskinesis en sportspecifieke schouderpijn. Andere onderwerpen die zoal aan bod komen zijn: Revalidatie bij anterieure instabiliteit (TUBS), multidirectionele (AMBRI), functionele overbelastingsstabiliteit, manuele mobilisatie en spierverlengende technieken bij subacrominaal conflict en GIRD en tot slot scapulothoracale revalidatie oefening (kracht en musculaire evenwicht). Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Ann Cools ».

Terugkerende schouderinstabiliteit bij jonge zwemster - Fysiolinks

Lotte is een 22-jarige topsportster die op nationaal niveau zwemt. Ze meldt zich met terugkerende instabiliteitsklachten van de rechter schouder, zonder acuut trauma. De klachten zijn geleidelijk ontstaan tijdens intensieve zwemtrainingen, met name bij crawl in de eindstand van exorotatie en abductie. Ze omschrijft een instabiel gevoel alsof de schouder “uit de kom” dreigt te gaan, vooral bij snelle of krachtige bewegingen boven schouderhoogte. Hoewel dagelijkse activiteiten geen probleem vormen, beïnvloedt het de sportprestaties aanzienlijk. Eerdere trajecten gericht op kracht en mobiliteit boden geen duurzaam effect. Een schouderoperatie werd besproken, maar de sportarts adviseerde eerst een specialistisch revalidatietraject met focus op motorische controle.

Klinische presentatie

Bij lichamelijk onderzoek zijn er geen aanwijzingen voor structurele laxiteit (apprehension test negatief). Orthopedische tests zijn weinig informatief. Opvallend is echter een duidelijke scapulohumerale dyskinesie tijdens abductie en exorotatie: de scapula beweegt vertraagd en onregelmatig mee. Dynamische stabiliteitstesten tonen een verminderde co-contractie van de rotator cuff. EMG-analyse toont een verstoord activatiepatroon van vooral de m. infraspinatus en m. subscapularis tijdens snelle of belastende bewegingen – een patroon dat overeenkomt met type III-instabiliteit binnen de Stanmore-classificatie. Proprioceptieve controle is verminderd, met name boven schouderhoogte, en het gevoel van “onbetrouwbaarheid” treedt vooral op bij dynamische tasks.

Klinisch redeneren en classificatie schouderinstabiliteit

Volgens de classificatie uit de cursus en The Unstable Shoulder valt Lotte binnen de groep “atraumatische, motorisch-gebaseerde instabiliteit” (Stanmore Polar Type III). De afwezigheid van capsulolabraal letsel, gecombineerd met gestoorde neuromusculaire controle en scapulaire dyskinesie, past bij het profiel van jonge sporters met hoge belastingsfrequentie en subtiele motorische ontregeling.

Psychosociale factoren zoals prestatiestress, faalangst of een sterke fixatie op controle zijn bij deze groep vaak versterkend aanwezig. Educatie en zelfregulatie zijn dan ook essentieel in het behandeltraject.

Revalidatie-opbouw

Het traject werd gefaseerd opgebouwd in drie progressieve fasen:

Fase 1 – Bewustwording en activatie

Doel: verbeteren van selectieve activatie van de infraspinatus en subscapularis.

  • Lage belastingsoefeningen in zijlig en zit.
  • Gebruik van spiegeltraining en EMG-biofeedback.
  • Oefeningen gebaseerd op de “motor control strategy” uit het Watson protocol.

Fase 2 – Coördinatie en scapulaire stabiliteit

Doel: bevorderen van ritmische en functionele scapulothoracale samenwerking.

  • Wall slides, serratus push-ups en perturbatietraining.
  • Timing en kwaliteit van scapulabeweging stonden centraal.
  • Educatie over co-contractie versus krachttraining.

Fase 3 – Integratie in sportspecifieke context

Doel: transfer naar het water.

  • Crawlbewegingen met therabandweerstand, plyometrische oefeningen met medicine ball.
  • Videoanalyse en watertraining met de zwemtrainer.
  • Exposure-therapie om kinesiophobia te reduceren.

Doorheen alle fasen werd psycho-educatie ingezet: uitleg over het verschil tussen mobiliteit, kracht en motorische controle, en waarom chirurgie in haar geval waarschijnlijk niet nodig was.

Resultaat

Na acht weken rapporteert Lotte geen subjectieve instabiliteit meer. Ze traint weer volledig mee. EMG laat een genormaliseerd activatiepatroon zien en scapulaire ritmiek is sterk verbeterd. De orthopedisch chirurg acht operatief ingrijpen niet langer nodig. De casus onderstreept de meerwaarde van motorisch georiënteerde revalidatie bij niet-structurele schouderinstabiliteit.

Reflectie en relevantie

Deze casus is exemplarisch voor een moderne kijk op schouderinstabiliteit (bekijk ook onze gratis webinar: Schouderinstabiliteit met prof. dr. Anju Jaggi): niet elk instabiel gevoel betekent een structureel letsel. Solving Complex Shoulder Problems leert fysiotherapeuten om deze differentiatie te maken en motorische strategieën doelgericht in te zetten – ondersteund door recente inzichten en praktische protocollen zoals die van Watson en Derby.

De schoudercursus over schouderinstabiliteit van dr. Anju Jaggi

Onze tweedaagse cursus ‘Solving complex shoulder problems’ helpt je klachten van de schoudergordel beter te begrijpen door te focussen op het beïnvloeden van de motorische controle. Als cursist word je daarnaast meegenomen in de problematiek van schouderinstabiliteit veroorzaakt door gebrek aan rotator cuff controle, rotator cuff insufficiëntie en de classificatie en behandeling van niet traumatische instabiliteit. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Anju Jaggi ».

 

Wanneer is het echt een tenniselleboog - Fysiolinks

Niet elke elleboogpijn aan de buitenzijde is een klassieke tenniselleboog. Pt PhD Val Jones, dé elleboogspecialist uit Engeland, neemt je in onderstaande Engelstalige webinar mee om haar kennis aan jullie over te brengen. Ze leert je hoe je dit gewricht kunt evalueren en behandelen in een zeer praktijkgerichte webinar van ongeveer 3o minuten. Jones benadrukt het belang van een zorgvuldige anamnese en klinisch onderzoek om spiertrauma’s, peesscheuren of zenuwirritaties uit te sluiten.

Casus: Marco, 39 jaar, hobby-tennisser

Na een krachtige backhand voelde Marco een felle pijnscheut aan de buitenzijde van zijn elleboog. Sindsdien vermijdt hij alle grijpactiviteiten. Tijdens klinisch onderzoek komt naar voren dat:

  • beperkte extensie tegen weerstand,
  • pijn bij palpatie van de extensor carpi radialis brevis (ECRB),
  • maar ook uitstralende pijn naar de onderarm,
  • een echo toont discontinuïteit in de peesaanhechting.

Klinisch redeneren wel of geen tenniselleboog

Een plotse onset tijdens een krachtige beweging is verdacht voor een partiële of volledige scheur van het extensorapparaat. Bij Marco betreft het een partiële scheur van de ECRB, wat een andere revalidatie vereist dan een tendinopathie.

Bij een klassieke tenniselleboog is er sprake van overbelasting met insidieus begin. Gripkrachtmetingen in flexie versus extensie kunnen helpen in de differentiatie. Marco scoort 40% minder kracht bij extensie – een aanwijzing voor een structureel letsel.

Aanvullend klinisch redeneren omvat:

  • Uitsluiten van radiale zenuwirritatie: Radiale tunnel syndroom veroorzaakt pijn meer proximaal en gaat gepaard met paresthesie en krachtsverlies, vooral bij spiercompressieprovocatietests. Bij Marco ontbreekt deze presentatie.
  • Differentiatie met cervicogene oorsprong: Via de cervicale screening (Spurling, ROM nek) sluit men cervicale referred pain uit.
  • Palpatie en provocatietesten: Pijnspecifiek bij de ECRB-insertie wijst op tendinopathie of partiële ruptuur. Een Cozen’s test of Maudsley’s test geeft bij een tendinopathie een herkenbare pijn zonder zwakte, terwijl bij een scheur er krachtsverlies is.
  • Bewegingsuitlokking en passieve stretch: Een scheur geeft vaak een eindige beperking en vermijding van spieractivatie, terwijl bij tendinopathie er sprake is van mechanische pijnprovocatie binnen spiercontractie.
  • Beeldvorming: Echografie of MRI kunnen tendinose (hypo-echogeniciteit, verdikking) onderscheiden van discontinuïteit in de peesstructuur.

Behandelplan

  • Week 1-2: Rust en beschermde immobilisatie met brace. Educatie over belastingsbeperking.
  • Week 3-6: Excentrische oefentherapie met beperking in ROM tot 75%. Start scapulatraining.
  • Week 7-12: Opbouw in kracht en gripbelasting onder echogeleide monitoring. Evaluatie via PRTEE.
  • Week 13+: Sportherintroductie via isokinetische krachttraining, return-to-play testbatterij.

Tenniselleboog is een klinische diagnose die alleen na uitsluiting van andere pathologie gesteld mag worden. Revalidatie bij partiële peesruptuur vereist een andere aanpak dan tendinopathie en moet goed gemonitord worden. In onderstaande gratis webinar vertelt PhD Val Jones je alles over de tenniselleboog. Leer er meer over in deze interessante webinar van 29 minuten »

Bron: Webinar “Tenniselleboog – Pt PhD Val Jones”

De elleboogcursus: The Elbow Complex Demystified met Pt PhD Val Jones

In deze tweedaagse cursus komt het evidence based onderzoek en de behandeling aan bod van mensen met klachten van de elleboog. De elleboogcursus helpt je jouw kennis en kunde van het evidence based onderzoeken en behandelen van patiënten met een probleem aan de elleboog te verbeteren.

In de cursus The Elbow Complex Demystified » ligt de focus op het klinisch redeneren via casuïstiek en het oefenen van vaardigheden die nodig zijn om effectief onderzoek van de elleboog te kunnen doen.

 

Traumatische schouderinstabiliteit bij jonge sporters klinisch redeneren en behandelstrategie - Fysiolinks

Traumatische schouderinstabiliteit is een veelvoorkomend probleem bij jonge sporters, met name in contactsporten. Het ontstaat vaak na een schouderluxatie ten gevolge van een val of botsing, en vereist een gedifferentieerde aanpak. Prof. dr. Anju Jaggi benadrukt, in haar gratis webinar, dat zowel anatomische schade als neurologische, biomechanische en psychosociale factoren het klinisch besluitvormingsproces moeten aansturen.

Casus: Lars, 21 jaar, hockeyspeler

Lars presenteert zich met recidiverende schouderluxaties na een eerdere voorste schouderluxatie tijdens een hockeywedstrijd. Klinisch onderzoek toont positieve apprehension-tests, hyperabductie van >20° t.o.v. de niet-aangedane zijde (sulcus sign) en verminderde scapulaire controle. Imaging (MRA) toont een Bankart-laesie en <10% glenoïd-botverlies. Hij wil terugkeren naar competitieniveau.

Klinisch onderzoek en redenering bij traumatische schouderinstabiliteit

Volgens Jaggi is het van belang niet alleen de richting van instabiliteit te bepalen (in dit geval anterior), maar ook andere richtingen te testen, gezien recente studies een toename van gecombineerde instabiliteit laten zien. Bij jonge sporters is hyperlaxiteit een cruciale differentiatiefactor. Tests zoals de hyperabductietest van Gagey en sulcus sign wijzen op inferieure laxiteit. Daarnaast moet men alert zijn op neurologische schade (zoals n. axillaris letsel) en letsels aan het labrum of Hill-Sachs-defecte.

Imaging is essentieel voor chirurgisch besluitvorming. In dit geval is er sprake van beperkte botdefecten, waardoor een arthroscopische stabilisatie (Bankart repair) aangewezen is. Jaggi wijst erop dat bij >10% botverlies een Latarjet-procedure overwogen moet worden.

Behandelplan bij traumatische schouderinstabiliteit

  • Preoperatief: Neuromusculaire activatie van scapulaire spieren en stabiliteitstraining binnen pijndrempels.
  • Postoperatief (Bankart repair):
    • Week 0-3: Immobilisatie met beperkte mobiliteit <90° anteflexie. Educatie en proprioceptieve activatie onder schouderhoogte.
    • Week 4-6: Actieve mobiliteit en geïsoleerde cuff- en scapulatraining. Kinetic chain integratie.
    • Week 6-12: Functionele krachttraining, opbouw met closed chain naar open chain, integratie van sport-specifieke drills.
    • Week 12+: Return to sport readiness via SS test-batterij (getest op kracht, stabiliteit en controle). Doel: return to full contact na 6 maanden bij recreant, 4 maanden bij prof.

Een traumatische schouderluxatie vereist een multidimensionele benadering waarin beeldvorming, lichamelijk onderzoek en functionele belasting worden gecombineerd. Bij jonge sporters is vroegtijdige en gestructureerde revalidatie essentieel om recidieven en langdurige instabiliteit te voorkomen.

Leer meer over schouderinstabiliteit met prof. dr. Anju Jaggi en effectieve behandelingen in onderstaande inzichtelijke webinar van 25min »

Meer weten over schouderinstabiliteit met de schoudercursus van dr. Anju Jaggi

Onze tweedaagse Engelstalige cursus ‘Solving complex shoulder problems’ helpt je klachten van de schoudergordel beter te begrijpen door te focussen op het beïnvloeden van de motorische controle. Als cursist word je daarnaast meegenomen in de problematiek van schouderinstabiliteit veroorzaakt door gebrek aan rotator cuff controle, rotator cuff insufficiëntie en de classificatie en behandeling van niet traumatische instabiliteit. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde schoudercursus van Anju Jaggi ».

 

Sportblessures schouder preventie en revalidatie - Fysiolinks

Schouderblessures zijn een veelvoorkomend probleem onder sporters, vooral in sporten met herhaalde bovenhandse bewegingen zoals handbal, tennis en zwemmen. Voor fysiotherapeuten vormt dit een voortdurende uitdaging: hoe voorkom je blessures, begeleid je een effectieve revalidatie, en bepaal je het juiste moment voor een veilige terugkeer naar sport? In deze blog bespreken we op basis van het artikel van Cools et al. (2020) The challenge of the sporting shoulder: From injury prevention through sport-specific rehabilitation toward return to play. De drie sleutelfases van de sportieve schouder: preventie, revalidatie en return to play (RTP).

Voor fysiotherapeuten is het essentieel om schouderblessures aan de sportieve schouder vanuit een totaal beeld en dynamisch perspectief te benaderen. Preventie, revalidatie en RTP zijn geen losstaande fases, maar onderdeel van een doorlopende cyclus in de carrière van de sporter. Door kennis van recente wetenschappelijke inzichten te combineren met klinische expertise kunnen fysiotherapeuten een sleutelrol spelen in duurzame prestaties en blessurevrij sporten.

Kernpunten bij schouderblessures

  • Multifactoriële aard van schouderblessures
    Blessures ontstaan door een samenspel van modificeerbare (zoals kracht en ROM) en niet-modificeerbare factoren (zoals leeftijd en geslacht).

  • Lineaire versus complexe modellen
    Klassieke modellen schieten tekort in het voorspellen van blessures. Een complex systeemmodel dat kijkt naar dynamische interacties biedt meer perspectief.

  • Preventieve screening: functioneel en individueel
    Zowel analytische tests (ROM, kracht) als functionele veldtests (zoals CKCUEST, SMBT) zijn belangrijk, mits men beseft dat deze tests vooral de actuele status meten, niet per se blessurevoorspellers zijn.

  • Effectiviteit van preventieprogramma’s hangt af van naleving
    Programma’s zijn pas effectief als sporters ze consistent uitvoeren. Bij jeugdige sporters is compliance cruciaal en kan verbeterd worden met betrokkenheid van coaches en ouders.

  • GIRD: stretchen versus trainen
    Verminderde interne rotatie bij overheadsporters vereist niet altijd stretching. Soms is versterking van de externe rotatoren (m.n. infraspinatus) relevanter.

  • Ketenintegratie in revalidatie
    Hoewel evidentie beperkt is, wordt het vroeg integreren van ketenoefeningen (bijv. met romp en onderlichaam) aanbevolen, vooral vanwege hun functionele waarde en plezierfactor.

  • RTP-beslissingen zijn gedeeld en gradueel
    Het StARRT-model stelt dat RTP een continuüm is: van participatie tot prestaties. Fysiotherapeuten moeten fysieke, psychologische en sociale factoren meewegen.

Fase 1: Blessurepreventie in de sport

De ‘cyclus van blessurepreventie’ (Van Mechelen-model) benadrukt vier stappen: probleemidentificatie, analyse van risicofactoren, implementatie van interventies, en evaluatie. Bij schouderblessures blijkt vooral verminderde interne rotatie (GIRD), verminderde kracht van de externe rotatoren, en verminderde scapulaire controle van belang. Preventieve interventies moeten gericht zijn op deze factoren. Functionele testen zoals de Seated Medicine Ball Throw en de Y-Balance Test Upper Quadrant bieden fysiotherapeuten inzicht in functionele capaciteit van de bovenste extremiteit.

Fase 2: Revalidatie van de overhead atleet

Een goed revalidatieprogramma is maatwerk. De mate van weefselirritatie, de doelstellingen van de sporter en zijn/haar verwachtingen bepalen de inhoud en opbouw. Rekken van de schouder is soms nodig (zoals bij echte GIRD), maar vaak zijn spierversterkende en coördinatie-oefeningen van grotere waarde. Activatie van de rotatorenmanchet, scapulastabilisatoren (midden- en onderkant trapezius) en het trainen van de volledige kinetische keten vormen een rode draad. Belangrijk is dat revalidatie niet stopt bij het verdwijnen van de pijn, maar pas bij een volledig functioneel herstel.

Fase 3: Return to Play (RTP)

De terugkeer naar sport na een blessure moet gefaseerd gebeuren, met als einddoel sport op prestatieniveau. Het StARRT-model benadrukt gedeelde besluitvorming: atleet, coach, arts en fysiotherapeut maken samen keuzes. Objectieve parameters zoals ROM (<20° verschil), krachtverhoudingen (ER/IR-ratio rond 70%) en functionele testen (zoals CKCUEST) bieden houvast, maar het psychologische aspect – zoals angst of motivatie – is minstens zo belangrijk.

Bronvermelding

Cools, A.M., et al. (2020). The challenge of the sporting shoulder: From injury prevention through sport-specific rehabilitation toward return to play. Annals of Physical and Rehabilitation Medicine. https://doi.org/10.1016/j.rehab.2020.03.009

De schoudercursussen van prof. dr. Ann Cools

Ann Cools is een Belgische fysiotherapeut en onderzoeker, die bekend staat om haar expertise in schouderrevalidatie en -behandeling. Ze heeft ook haar eigen schoudercursussen ontwikkeld, genaamd “Schouderklachten (level I, II en III)”, waarin ze zich richt op het ontwikkelen van een dieper begrip van de anatomie en biomechanica van de schouder en het toepassen van wetenschappelijk onderbouwde revalidatieprincipes.

Via haar eigen wetenschappelijke stroomdiagrammen helpt ze je om duidelijker schouderpijn te definiëren en heeft ze een algoritme voor de scapula revalidatie.

De tweedaagse ‘Basiscursus Schouderklachten’ worden behandelingsrichtlijnen beschreven voor de meest voorkomende (chronische) schouderaandoeningen zoals rotator cuff aandoeningen, traumatische en atraumatische instabiliteit, scapulaire dyskinesis en sportspecifieke schouderpijn. Andere onderwerpen die zoal aan bod komen zijn: Revalidatie bij anterieure instabiliteit (TUBS), multidirectionele (AMBRI), functionele overbelastingsstabiliteit, manuele mobilisatie en spierverlengende technieken bij subacrominaal conflict en GIRD en tot slot scapulothoracale revalidatie oefening (kracht en musculaire evenwicht). Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Ann Cools ».

Oefentherapie cruciaal bij subacromiale schouderpijn - Fysiolinks

Subacromiale schouderpijn (SSP), vaak geassocieerd met rotator cuff tendinopathie, is een veelvoorkomend probleem bij patiënten. Hoewel de behandeling traditioneel uiteenloopt van oefentherapie tot passieve technieken zoals laser en ultrageluid, blijft de vraag: wat werkt écht? In deze blog vatten we een uitgebreide systematische review (Pieters et al., 2020) samen, gericht op conservatieve therapieën binnen de fysiotherapie. De inzichten helpen fysiotherapeuten om hun behandelstrategieën te optimaliseren.

Voor fysiotherapeuten die streven naar evidence-based behandeling van subacromiale schouderpijn is deze review een duidelijke richtlijn: kies voor actieve oefentherapie, overweeg manuele therapie als aanvulling, en wees kritisch over passieve technieken. Verdere precisering van oefenprotocollen zal in de toekomst bijdragen aan nog effectievere zorg.

Kernpunten uit het artikel

1. Sterk bewijs voor oefentherapie

  • Oefening als eerste keus: Oefentherapie heeft het sterkste bewijs voor effectiviteit bij het verminderen van pijn, verbeteren van mobiliteit en functie bij SSP.
  • Vergelijkbaar met chirurgie: Bij langdurige SSP biedt oefentherapie vergelijkbare resultaten als chirurgische decompressie, met lagere kosten en minder risico’s.
  • Soorten oefeningen: Scapulaire stabilisatie, rotator cuff-versterking en flexibiliteitsoefeningen zijn effectief, al is het optimale protocol nog niet vastgesteld.

2. Manuele therapie als aanvullende interventie

  • Toegevoegde waarde in de beginfase: Het combineren van manuele therapie met oefentherapie kan kortetermijnvoordelen opleveren, zoals extra pijnreductie.
  • Definitie is vaag: Er is veel variatie in wat onder ‘manuele therapie’ valt, wat interpretatie van de resultaten bemoeilijkt.

3. Multimodale therapie: veelbelovend, maar beperkt bewijs

  • Combinatie van methodes: Therapieën zoals taping, elektrotherapie en manuele technieken in combinatie met oefening lieten kleine verbeteringen zien.
  • Klinische betekenis twijfelachtig: Door de grote variatie in multimodale benaderingen is het moeilijk om duidelijke conclusies te trekken.

4. Corticosteroïd-injecties: slechts matig aanbevolen

  • Korte termijn effect: Er is enig bewijs dat injecties tijdelijk effectiever zijn dan nietsdoen, maar niet beter dan oefentherapie op de lange termijn.
  • Geen fysio-interventie: Injecties vallen niet direct onder het domein van fysiotherapeuten, maar beïnvloeden vaak het revalidatiebeleid.

5. Passieve fysische modaliteiten: onvoldoende bewijs

  • Lasertherapie: Geen overtuigend bewijs dat het effectief is als monotherapie.
  • Ultrageluid: Steeds minder relevant; systematische reviews toonden geen voordeel boven placebo.
  • Shockwave en elektromagnetische therapie: Ook deze interventies hebben geen bewezen meerwaarde.

Praktische implicaties voor de fysiotherapeut

Deze review onderstreept het belang van actieve therapie als centrale pijler in de behandeling van SSP. Oefentherapie moet dus niet alleen een onderdeel zijn van het behandelplan, maar de basis vormen. Manuele technieken kunnen worden overwogen in de vroege fase, vooral bij patiënten met veel pijn. Het gebruik van passieve fysische modaliteiten moet kritisch worden bekeken en bij voorkeur worden vermeden wegens het gebrek aan effectiviteit.

Belangrijk is ook dat veel RCT’s de oefenprogramma’s onvoldoende beschrijven, waardoor meer onderzoek nodig is naar het ideale type oefening, frequentie en duur. Een goede praktijk is om te werken met een 12-weeks programma, waarbij lichte pijn (<5/10 op VAS) tijdens oefening acceptabel is.

Bronvermelding

Pieters, L., Lewis, J., Kuppens, K., Jochems, J., Bruijstens, T., Joossens, L., & Struyf, F. (2020). An Update of Systematic Reviews Examining the Effectiveness of Conservative Physical Therapy Interventions for Subacromial Shoulder Pain. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy, 50(3), 131–141. https://doi.org/10.2519/jospt.2020.8498

De schoudercursus van prof. dr. Jeremy Lewis

Tijdens de tweedaagse cursus ‘The Shoulder: Theory & Practice’ (KRF 18pt) voor Fysiolinks legt hij de nadruk op een biopsychosociale benadering van de schouderrevalidatie, een combinatie van evidence based oefeningen, pijnwetenschap, levensstijl, psychosociale factoren en educatie. Zijn belangrijkste klinische expertisegebieden zijn: subacromiale pijn (impingement) syndroom, rotator cuff peesproblemen, schouderpijnsyndromen en frozen shoulder.

Daarnaast biedt de cursus praktische trainingen, veel educatie over de anatomie en biomechanica van de schouder, over de invloed van houding en spieronbalans en zijn verband met schouderpathologie, evenals over hoe schouderaandoeningen kunnen worden gediagnosticeerd en behandeld. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Jeremy Lewis ».

Effectieve oefentherapie bij rotator cuff scheuren Ann Cools - Fysiolinks

Rotator cuff scheuren zijn een veelvoorkomend probleem bij oudere patiënten en kunnen leiden tot pijn en functieverlies in de schouder. Hoewel oefentherapie vaak wordt aanbevolen als primaire behandelmethode, bestaat er nog steeds onzekerheid over welke oefeningen het meest effectief zijn.

Het onderzoek van Cools et al. (2020) analyseert de spieractiviteit tijdens verschillende schouderoefeningen om fysiotherapeuten te helpen bij het selecteren van de meest geschikte oefeningen voor hun patiënten. In deze blog bespreken we de kernpunten van dit onderzoek en de implicaties voor de praktijk.

Kernpunten uit het onderzoek

  1. Belang van oefentherapie bij rotator cuff scheuren

    • Rotator cuff (RC) scheuren komen veel voor bij ouderen, met een prevalentie van 22% op 65-jarige leeftijd en meer dan 62% bij 80-plussers.
    • Niet-operatieve behandeling, zoals oefentherapie, wordt aanbevolen om spierbalans en functie te behouden.
  2. Onderzoeksmethode: EMG-analyse van schouderoefeningen

    • EMG (elektromyografie) werd gebruikt om de activiteit van acht schouderspieren te meten tijdens een reeks oefeningen.
    • 55 gezonde deelnemers (18-60 jaar) werden ingedeeld in drie leeftijdscategorieën om leeftijdsgebonden verschillen te onderzoeken.
    • Oefeningen omvatten gesloten keten bewegingen (zoals bench/wall slides) en open keten bewegingen (zoals de Levy-oefeningen).
  3. Effectiviteit van verschillende oefeningen

    • Bench/wall slides toonden een progressieve toename in activiteit van de anterior deltoid (AD), terwijl de belasting op de RC relatief laag bleef.
    • Levy-oefeningen activeerden de AD en scapulaire spieren op een gecontroleerde manier, wat nuttig kan zijn voor patiënten met een beperkte RC-functie.
  4. Leeftijdsgerelateerde veranderingen in spieractiviteit

    • Oudere deelnemers (47-60 jaar) vertoonden een verhoogde activiteit van de anterior deltoid (AD), infraspinatus (IS) en middelste trapezius (MT).
    • De activiteit van de onderste trapezius (LT) was lager bij oudere deelnemers, wat kan wijzen op een verminderde scapulaire stabiliteit.
    • Mogelijk speelt een veranderde houding, zoals een grotere thoracale kyfose, een rol in deze verschillen.
  5. Klinische implicaties voor fysiotherapeuten

    • Oefeningen met lage belasting op de RC, zoals gesloten keten bewegingen, zijn effectief om de schouderfunctie te verbeteren zonder overmatige stress op de pezen.
    • Progressieve belasting is cruciaal: weerstand toevoegen aan een wall slide verhoogt de spieractiviteit op een gecontroleerde manier.

Voor oudere patiënten kan het nuttig zijn om specifieke oefeningen op te nemen die de onderste trapezius versterken en scapulaire stabiliteit verbeteren.

Aanbevelingen voor fysiotherapeuten

Het onderzoek van Cools et al. (2020) biedt waardevolle inzichten voor fysiotherapeuten die werken met patiënten met degeneratieve rotator cuff scheuren. Door de juiste oefeningen te selecteren op basis van EMG-gegevens, kunnen therapeuten een effectieve en veilige revalidatie aanbieden.

Door progressieve weerstand toe te passen en specifieke spiergroepen te trainen, kan de functie van de schouder worden verbeterd zonder overmatige belasting van de RC. Dit benadrukt het belang van evidence-based oefentherapie in de fysiotherapiepraktijk.

  1. Gebruik progressieve belasting

    • Begin met lage weerstandsoefeningen, zoals bench slides zonder extra belasting.
    • Verhoog geleidelijk de moeilijkheid door weerstand toe te voegen, zoals een elastische band of een schuine bank.
  2. Focus op de anterior deltoid en scapulaire spieren

    • Deze spieren spelen een compenserende rol bij patiënten met RC-disfunctie.
    • Oefeningen zoals resisted wall slides en Levy-inclinatie oefeningen kunnen de schouderfunctie verbeteren zonder de RC te overbelasten.
  3. Pas oefentherapie aan op leeftijd en houding

    • Oudere patiënten kunnen baat hebben bij oefeningen die gericht zijn op scapulaire stabiliteit, zoals specifieke activatie van de onderste trapezius.
    • Een individuele aanpak is nodig om rekening te houden met houdingsafwijkingen en verminderde spierkracht.

 

Bronvermelding

Cools AM, Van Tongel A, Berckmans K, Spanhove V, Plaetevoet T, Rosseel J, Soen J, Levy O, Maenhout A. Electromyographic Analysis of Selected Shoulder Muscles During a Series of Exercises, Commonly Used in Patients with Symptomatic Degenerative Rotator Cuff Tears. Journal of Shoulder and Elbow Surgery (2020). doi: 10.1016/j.jse.2020.03.019.

De schoudercursussen van prof. dr. Ann Cools

Ann Cools is een Belgische fysiotherapeut en onderzoeker, die bekend staat om haar expertise in schouderrevalidatie en -behandeling. Ze heeft ook haar eigen schoudercursussen ontwikkeld, genaamd “Schouderklachten basis, advanced en level III”, waarin ze zich richt op het ontwikkelen van een dieper begrip van de anatomie en biomechanica van de schouder en het toepassen van wetenschappelijk onderbouwde revalidatieprincipes.

De tweedaagse ‘Schouderklachten basis’ worden behandelingsrichtlijnen beschreven voor de meest voorkomende (chronische) schouderaandoeningen zoals rotator cuff aandoeningen, traumatische en atraumatische instabiliteit, scapulaire dyskinesis en sportspecifieke schouderpijn. Andere onderwerpen die zoal aan bod komen zijn: Revalidatie bij anterieure instabiliteit (TUBS), multidirectionele (AMBRI), functionele overbelastingsstabiliteit, manuele mobilisatie en spierverlengende technieken bij subacrominaal conflict en GIRD en tot slot scapulothoracale revalidatie oefening (kracht en musculaire evenwicht). Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Ann Cools ».

Webinar - Return tot play criteria bij hamstring letsel en VKB-reconstructies met prof. dr. Erik Witvrouw

In deze gratis webinar (29 minuten) neemt prof. dr. Erik Witvrouw je op een vlotte manier mee in de wetenschappelijke achtergronden rondom return tot play criteria bij hamstringletsel en VKB-reconstructies. Wanneer geef je het lichaam voldoende tijd om te genezen van deze ingreep? Een combinatie van respect voor de tijd voor natuurlijk herstel én functionele tests zal op termijn tot betere resultaten leiden om te bepalen of een sporter klaar is om weer te gaan spelen (return to play).

 

De cursus revalidatie bij kniekklachten van prof. dr. Erik Witvrouw

Zeg je de best mogelijke inzichten en behandeling van knieklachten bij sportletsel, dan zeg je prof. dr. Erik Witvrouw. Zowel bij de minder actieve bevolking als bij de fysiek actieve (sport)bevolking, komt knieletsel zeer vaak voor. Bijna alle knieletsels hebben een fysiotherapeutische behandeling nodig om operatief ingrijpen te voorkomen of juist na een operatieve ingreep.

In zijn tweedaagse (KRF 19pt) evidence based cursus deelt prof. dr. Erik Witvrouw de laatste interessante kennis ‘Revalidatie bij (sport)letsel van de knie’ met jou. De meest voorkomende knieaandoeningen met boeiende onderwerpen als patellofemorale pijnsyndroom, voorste kruisbandletsels en de behandeling van hamstringletsels komen aan bod en je leert allerlei nieuwe oefentechnieken. Waardoor je deze kennis over knieaandoeningen gelijk in de praktijk kunt toepassen.

Waarom leren met Fysiolinks

Fysiolinks heeft met 20 cursussen een ruim aanbod in erkende trainingen voor fysiotherapeuten. We hebben een interessant leerproces ontwikkeld waarin kennis en praktijk samen worden gebracht – de link tussen denken en doen. Samen met onze topdocenten die een passie hebben voor het vak en dit graag laten ervaren, helpen wij dat te realiseren. In een gratis videopresentatie van minder dan een half uur vergroot jij je kennis onder begeleiding van de beste internationale docenten van Fysiolinks. Prikkel je nieuwsgierigheid en wordt nog sterker in je vak.