Specifieke oefentherapie voor sporters vanuit het Frans Bosch Systeem

Specifieke oefentherapie voor sporters vanuit het Frans Bosch Systeem

Mogelijk is het Frans Bosch Systeem (FBS) jou allang bekend. Het is een benadering van training en revalidatie die zich richt op het ontwikkelen van functionele bewegingspatronen. Deze benadering is ontwikkeld door de Nederlandse bewegingswetenschapper en voormalig atletiekcoach, Frans Bosch.

De kracht van motorisch leren bij revalidatie van sportblessures

Specifieke oefentherapie voor sporters die de principes van het FBS hanteren, zal zich richten op het ontwikkelen van functionele bewegingspatronen die specifiek zijn voor de sport van de atleet. Deze analyse wordt gedaan bij de doelbewegingen van de sport. Dit kan onder meer betekenen dat de oefeningen worden aangepast aan de specifieke eisen van de betreffende sport, zoals het energieverbruik, maar ook adaptaties in kracht en motorische controle. Motorisch leren is hiervan van belang tijdens het trainen.

Motorisch leren is een belangrijk aspect in de revalidatie van sportblessures. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen impliciet en expliciet motorisch leren.

Impliciet motorisch leren vindt plaats wanneer de persoon zich niet bewust is van het leerproces. Dit betekent dat de persoon zich niet bewust richt op het aanleren van een bepaalde beweging of vaardigheid, maar eerder door middel van ervaring en feedback leert. In de sport specifieke revalidatie kan impliciet motorisch leren worden gestimuleerd door middel van functionele oefeningen, waarbij de nadruk ligt op het aanleren van bewegingspatronen in een natuurlijke omgeving.

Impliciet leren heeft verschillende voordelen ten opzichte van expliciet leren:

  1. Efficiëntie; impliciet leren kan efficiënter zijn dan expliciet leren, omdat de sporter zich niet bewust hoeft te richten op het leerproces en de leerervaringen onbewust kunnen worden opgenomen.
  2. Geschikt voor complexe taken; impliciet leren is vaak geschikter voor het aanleren van complexe taken, omdat het een meer natuurlijke manier van leren is die past bij de manier waarop de menselijke hersenen werken.
  3. Meer duurzaam; impliciet leren kan duurzamer zijn dan expliciet leren, omdat de sporter de beweging of vaardigheid op een dieper niveau begrijpt en kan toepassen in verschillende contexten.
  4. Minder kans op overbelasting; impliciet leren kan leiden tot minder fysieke of mentale overbelasting dan expliciet leren, omdat de sporter niet zo intensief bezig is met het bewust aanleren van de beweging.
  5. Beter voor het aanleren van nieuwe bewegingsvormen; impliciet leren kan beter zijn voor het aanleren van nieuwe bewegingsvormen, omdat het de sporter in staat stelt om te experimenteren en te verkennen zonder te veel te focussen op het eindresultaat.

Over het algemeen kan impliciet leren een effectieve manier zijn om bewegingen en vaardigheden aan te leren, vooral voor complexe taken. Echter, het is belangrijk om te benadrukken dat impliciet en expliciet leren elkaar niet uitsluiten en dat beide vormen van leren complementair kunnen zijn in verschillende contexten en voor verschillende leerlingen.

De basisprincipes vanuit het Frans Bosch Systeem

Het FBS hanteert een aantal basisprincipes, waaronder:

  • het belang van variatie in bewegingspatronen,
  • het ontwikkelen van kracht en snelheid,
  • het gebruik van plyometrische oefeningen om explosiviteit te ontwikkelen,
  • er wordt veel nadruk gelegd op het ontwikkelen van een goede lichaamshouding en het voorkomen van blessures dit door analyse van doelbewegingen.

Attractors en fluctuators

Dit zijn concepten uit de complexiteitstheorie die gebruikt kunnen worden om bewegingsvormen te beschrijven en te begrijpen, maar ook om het aantal vrijheidsgraden van bewegen in gewrichten te beschrijven.

  • Een attractor in bewegingsvormen is een stabiele toestand; waarin een persoon kan bewegen met minimale inspanning en weinig variabiliteit in de beweging. Deze zijn stabiel en economisch. Bijvoorbeeld, wanneer een tennisser een backhand slaat, kan een bepaalde beweging een attractor zijn als het leidt tot een stabiele, gecontroleerde en nauwkeurige backhand.
  • Een fluctuator in bewegingsvormen is een onstabiele toestand; waarin de beweging van een persoon variabel is en kan veranderen als reactie op interne of externe factoren. Dit zijn de veranderlijke elementen die instabieler zijn en die hoge energiekosten hebben. Bijvoorbeeld, wanneer een persoon een nieuwe vaardigheid leert, kan de beweging variëren en onstabiel zijn totdat de persoon de vaardigheid onder de knie heeft en het een attractor wordt.

In de bewegingsvormen kan een persoon tussen attractors en fluctuators bewegen. Wanneer een persoon een nieuwe vaardigheid leert, kan de beweging fluctueren totdat de persoon de vaardigheid onder de knie heeft en de beweging stabiel en geautomatiseerd wordt.

Het begrip van attractors en fluctuators in bewegingsvormen kan nuttig zijn bij het ontwerpen van oefeningen en revalidatieprogramma’s. Het kan helpen om te bepalen welke bewegingen de meest efficiënte en stabiele zijn, en welke bewegingen nog ontwikkeld moeten worden. Het is lastig om te analyseren welke bewegingselementen stabiel en instabiel zijn. Deze analyse is wel nodig om tot een trainingsopzet te komen die deze vaste elementen van bewegen op een efficiënte manier meeneemt in het bewegingspatroon.

Welke nascholingscursussen kunnen jou als fysiotherapeut hierbij verder helpen?

Loopanalyse bij de geblesseerde atleet door PhD Kurt Schütte en MSc Philip Cortvriendt
De tweedaagse cursus (KRF 16pt) objectieve loopanalyse: van data tot een doelgericht behandelplan bij revalidatie is niet alleen interessant voor de sportfysiotherapeut, maar voor elke fysiotherapeut die zijn sporter en revalidant naar een hogere level wil brengen via veelbelovende en ongeëvenaarde oefeningen. Je vindt op onze website een korte video-impressie van deze cursus. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholingscursus Loopanalyse bij de geblesseerde atleet ».

Explain Pain – begrijp de pijn cursus
Onze tweedaagse cursus (KRF 19pt) heeft twee hoofddoelen: Verdieping en verbreding kennis met betrekking tot pijn voor de professional. En toepassing van deze kennis – door het gericht en strategisch in te zetten ten behoeve van behandeldoelstellingen. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholingscursus Explain Pain voor fysiotherapeuten ».

Deze rol kan een fysiotherapeut innemen bij hoofdpijnklachten Fysiolinks

Deze rol kan een fysiotherapeut innemen bij hoofdpijnklachten

Hoofdpijn is een veelvoorkomend probleem. Veel patiënten met hoofdpijnklachten melden zich bij de fysiotherapeut of worden door de huisarts doorverwezen. Migraine is misschien wel de bekendste hoofdpijn, die wordt veroorzaakt door een hersenaandoening die daardoor lastiger te behandelen is door een fysio- of een manueel therapeut.

Behandeling van de fysiotherapeut bij spanningshoofdpijn

Spanningshoofdpijn is de meest voorkomende vorm van hoofdpijn, maar liefst 30 tot 78% van de bevolking heeft last van die specifieke spanningshoofdpijn.

Het is ook het type hoofdpijn dat het vaakst door fysiotherapeuten wordt behandeld. In veel gevallen is er sprake van hypertonie in de nek- en schouderspieren. Wist je bijvoorbeeld dat bij spanningshoofdpijn de pijn vaak bilateraal gelokaliseerd is? Er is matig bewijs dat aerobe oefeningen, actieve oefentherapie, relaxatietraining en pijneducatie de pijnintensiteit en invaliditeit verminderen bij patiënten met (spannings)hoofdpijn. Andere hands-off interventies zijn beperkt in bewijs (Mukhtar et al 2021),

Welke soorten hoofdpijn kunnen wij als fysiotherapeut nog meer behandelen

Er zijn meerdere soorten hoofdpijn, waarbij wij als fysiotherapeuten een belangrijke rol kunnen spelen in het behandelen van de klacht.

Types als: cervicogene hoofdpijn, cervicale myofasciale pijn en Temperomandibulaire gewricht gerelateerde hoofdpijn zijn minder bekend. Toch zijn deze soorten hoofdpijn goed te behandelen door de fysiotherapeut. Een vereiste is dat hier dan wel gedegen en gericht lichamelijk onderzoek naar wordt gedaan.

Cervicogene hoofdpijn is door fysiotherapeuten aan te tonen door een lichamelijk onderzoek. Waarbij de focus ligt op een beperkte beweeglijkheid van de bovenste nekwervels, dat soms in combinatie met een verhoogde spierspanning voorkomt. Tijdens het lichamelijk onderzoek is er sprake van een beperkte beweeglijkheid van de nek en is er sprake van drukpijn in de hoog cervicale of occipitale regio (Sjaastad 2008). Als (manueel) therapeut kun je de mobiliteit van de cervicale wervelkolom verbeteren door gebruik te maken van manuele mobilisaties of -manipulaties. Een eventuele verhoogde spierspanning kan worden verholpen door middel van fricties, maar ook Dry Needling kan ondersteunen bieden.

Zelfs bij migraine kunnen cervicale manipulaties effectief zijn om het aantal migrainedagen en de pijn/intensiteit te verminderen (Rist et al 2019). Al is migraine tevens een hersenaandoening, het reduceren van het aantal migrainedagen of de pijnvermindering is iets waar een patiënt al baat bij kan hebben.

Het is daarom belangrijk om de verschillende types hoofdpijn goed te herkennen en de karakteristieken en verschillende ontstaanswijzen goed te onderscheiden. Als een patiënt zelf al weet welke factor de hoofdpijn triggert, helpt je dit bij het opstellen van je behandelplan. En kun je verder kijken dan alleen een therapeutische behandeling door bijvoorbeeld samen te werken met een diëtist, Dry Needling of een sportfysiotherapeut.

Welke nascholingscursussen voor fysiotherapeuten zijn interessant voor het behandelen van hoofdpijnklachten

In onze cursussen ‘Onderzoek en behandeling van hoog cervicale klachten’ (KRF 18pt) en de cursus ‘Manueel therapeutische interventies van de CWK’ (KRF 18pt) leer je meer over het onderzoek en behandelen van problematiek van de cervicale wervelkolom. Omdat de hoog cervicale gewrichten betrokken zijn bij verschillende aandoeningen (bijv. trauma’s van hoofd en nek, duizeligheid, craniomandibulair disfunctioneren, tinnitus) is de cursus geschikt voor fysiotherapeuten met zowel een algemene registratie als manueel therapeuten, craniomandibulair fysiotherapeuten en sportfysiotherapeuten.

Maar ook een basiscursus Dry Needling (KRF 22pt) en Dry Needling Advanced Upper Quadrant (KRF 16pt) geven je mogelijk meer inzichten bij het behandelen van hoofdpijnklachten. Meer weten over de cursussen Dry Needling »

Explain Pain - kracht van metaforen | Fysiolinks nascholing fysiotherapie

Explain Pain – De kracht van metaforen

De kracht van het gesproken woord is niet te onderschatten. Zowel in negatieve als in positieve zin zijn woorden voor patiënten met aanhoudende pijnklachten relevant. In deze blog gaan MSc Bart van Buchem, MSc Rutger Gerritsen en MSc Iris Barten in op de negatieve en positieve impact van woorden. Hoe je de positieve impact kunt bekrachtigen en relevant kunt maken voor het herstel.

Een metafoor waarbij je een woord of beeld voor iets anders, waarmee het een overeenkomst vertoont, gebruikt is snel gemaakt. Vaak zonder dat we het doorhebben gebruiken we er zomaar een stuk of 50 per dag. Hoe vaak gebruik je niet de vergelijking van iets? Denk hierbij aan: het is als… het lijkt op…

Beïnvloed jij onbewust de gedachte en het gedrag van jouw patiënt?

De interpretatie van een metafoor is voor jouw patiënt mogelijk anders, dan die van jou als fysiotherapeut. Neem het voorbeeld van de diagnostische metafoor ‘Frozen shoulder’. Dit geeft de suggestie aan je patiënt dat de schouder zodanig vast zit, dat het niet meer te bewegen valt. Je patiënt kan hierdoor worden beïnvloed, waardoor hij/zij de gedachte aanneemt dat bewegen met pijn daardoor niet goed is en de hele arm niet meer durft te bewegen. Bedenk dat hoe erger een diagnose klinkt, hoe meer een patiënt zich daar mogelijk naar gaat gedragen. Zie hieronder enkele voorbeelden van gedachtes, emoties, gedrag en andere componenten van patiënten zelf die hun pijn kunnen beïnvloeden;

  • Bewegen met pijn is niet goed (gedachte)
  • Er is iets kapot in het lichaam (gedachte)
  • Voel me onzeker als ik beweeg (emotie)
  • Ik twijfel erg of het nog goed komt (emotie)
  • Mijn werkdruk is hoog (sociaal)
  • Ik heb geen tijd om te sporten (sociaal)
  • Ervaringen met pijn vanuit opvoeding (levensfase)
  • Geen grenzen stellen en bewaken (gedrag)
  • Dat heb ik altijd zo gedaan (gedrag)
  • Steunweefsel aandoeningen (bijkomende ziekte)
  • Overgevoeligheid voor prikkels (genetisch)
  • Mentale klachten (genetisch)

Gebruik daarom liever taal die ontzenuwt en minder angst inboezemt dan noodzakelijk is. Dit kan een positieve bijdrage leveren aan de beleving en daarbij het herstel. In plaats van aan te geven dat: onderuitgezakt zitten niet mag, bukken slecht is, pijn betekent dat er iets kapot is, last van vastzittende spieren of dat je moet stoppen met bewegen als iets pijn doet. Kan je ook de nadruk leggen op: dat een rug sterk is, elke beweging goed is, je lichaam zich kan aanpassen, je lijf ook zelf voor herstel zorgt en dat je niets hoeft te vermijden om veilig te kunnen bewegen.

Uit de praktijk; zijn metaforen in de gezondheidszorg behulpzaam of niet?

Vraag jezelf eens af; zijn metaforen überhaupt wel behulpzaam of niet? Voegt het iets toe, zonder de waarde van de pijn of diagnose te verliezen. En hoe vaak corrigeer jij je patiënt? Als zorgverlener ben je geneigd om dit te doen, om een aandoening, diagnose of behandeling correct weer te geven. Maar onbewust kun je daarmee je patiënt invalideren.

Manueel therapeut Rutger vertelt
In de 14 jaar dat ik als manueel therapeut werk, heb ik geleerd dat het gebruik van taal soms essentieel is in het vergroten van de kans van slagen van de behandeling. Ik heb regelmatig patiënten voor het eerst in mijn behandelkamer gehad die mij vroegen om een ‘verschoven wervel’ weer op zijn plaats te zetten of om een ‘scheve rug’ recht te zetten. Ik heb ook gemerkt dat het direct willen corrigeren van dit type van gedachten vaak niet direct en soms zelfs averechts werkt. Ik probeer bij patiënten met langdurige pijnklachten altijd eerst te achterhalen wat hun eigen gedachten over het ontstaan van de klachten zijn. Door in gesprek te gaan en een behandelrelatie op te bouwen, staan patiënten vaak meer open voor de visie die jij zelf als therapeut hebt. Ons vak blijft maatwerk en dat maakt het ook zo ontzettend interessant!

Bewust communiceren als fysiotherapeut kun je leren

Als paramedici worden we vooral getraind te denken en te handelen binnen het medische model. Bij een cursus NLP (Neuro Linguïstisch Programmeren) leer je op een praktische manier hoe zowel verbale- als non-verbale communicatie/gesprekstechnieken werkt, de waarde van taalgebruik en wat je kunt doen om deze te sturen.

Sportfysiotherapeut Iris vertelt
Steeds vaker valt het op hoe negatief mensen over hun eigen lichaam spreken met termen als; mijn spieren zitten vast, of er is niets meer aan te doen want alles is versleten. Daarbij zelfs juist al hun klachten in handen van ons, de therapeut, leggen. Want wij kunnen het wel ‘even’ oplossen. Zelfredzaamheid wordt meer een externe factor in plaats van dat het intrinsiek is. Onze gesprekken in de behandelkamer worden nog belangrijker om deze gedachtes mogelijk om te kunnen draaien. Waarbij de patiënt weer een positieve kijk ervaart over hun eigen lijf. En dat ze ook begrijpen dat ze zelf veel kunnen bereiken in hun klachtenbeeld. Vooral om focus te geven wat de reden van pijnklachten bij slijtage kan zijn, of waarom spieren vastzitten. Wellicht ademt iemand gewoon niet goed. Zijn andere factoren, qua vitaliteit niet op orde. Door meer kennis te geven in termen als: er is duidelijk een spierkrachtsverschil, of je hebt wel wat minder kracht in je been. Zorg je ervoor dat je samen met je patiënt aan hun klachten kunt werken.

Gratis webinar voor fysiotherapeuten; Explain Pain – de kracht van metaforen

Wil je meer weten over de kracht van metaforen (tijdens de cursus Explain Pain gaan we dieper in op dit onderwerp) volgens de inzichten van MSc Bart van Buchem? Luister dan naar de uitgebreide versie van de gratis webinar via onderstaande link.

Explain Pain – begrijp de pijn cursus

Pijn is een wereldwijd probleem, met 1 op 5 mensen die een chronische vorm van pijn ervaart. De druk op de gezondheidszorg is aan het toenemen en de vraag naar een oplossing wordt groter. Opvattingen met betrekking tot (chronische) pijn maken daardoor ook een evolutie door. Sommige hebben het zelfs over een pijnrevolutie. Waarbij je radicaal anders leert denken en handelen met betrekking tot pijn en gezondheid. Maar hoe?

Onze tweedaagse cursus heeft twee hoofddoelen: Verdieping en verbreding kennis met betrekking tot pijn voor de professional. En toepassing van deze kennis – door het gericht en strategisch in te zetten ten behoeve van behandeldoelstellingen. Meer weten over de nascholingscursus Explain Pain voor fysiotherapeuten ->