Casus complexe heupklachten de zogeheten 'black box' - Fysiolinks

Emily, een 32-jarige kantoormedewerkster en fervente sportschoolbezoeker, ervaarde 10 maanden geleden pijn in haar rechter voorheup, gediagnosticeerd als een verrekking van de heupflexor.

De pijn in haar rechterheup is opnieuw opgedoken sinds ze met de fiets naar haar werk ging, waardoor ze nogmaals naar de fysiotherapeut is verwezen. Op haar recente bekkenröntgenfoto is een acetabulair cross-over teken waargenomen, wat duidt op pincer FAI in beide heupen.

  1. Hoe kun je klinisch vaststellen of de röntgenresultaten daadwerkelijk de bron van haar symptomen zijn en niet slechts een toevallige bevinding zijn?
  2. Wat zijn haar behandelopties?
  3. Wat is de meest effectieve revalidatiestrategie?
  4. Zou een doorverwijzing naar een chirurg worden overwogen?

Als fysiotherapeut zie je vaak patiënten zoals Emily met heup- en liespijn. Het heup- en liesgebied wordt vaak beschouwd als een “black box” vanwege de complexe anatomie en overlappende pijnpatronen. Of het nu gaat om de dagelijkse atleet, de yogaliefhebber of de fanatieke triatleet, een nauwkeurige diagnose en behandeling van heup- en liespijn kan uitdagend zijn. Aandoeningen zoals heup impingement syndromen, labrale scheuren, chondrale laesies en ligamentum teres letsels worden steeds vaker geïdentificeerd als oorzaken van heup- en liespijn bij fysiek actieve mensen tussen de 18 en 45 jaar. Hoewel verschillende behandelmethoden worden beschreven, bestaat er geen consensus over de rol van conservatieve behandeling.

Benieuwd hoe je zo’n casus kunt aanpakken en behandelen? Je leert er veel meer over tijdens onze Fysiolinks cursus: The Adult Hip ». Zie aanvullende informatie over de cursus hieronder.

Welke nascholingscursussen kunnen jou als fysiotherapeut hierbij verder helpen?

The Adult Hip door MSc Benoy Mathew
Tweedaagse Engelstalige cursus over de heup met onder andere tendinopathieën, FAI, dysplasie, GTPS en heupfracturen komen aan bod. De cursus The Adult Hip is sterk praktijkgericht en biedt tal van klinische tips die direct toepasbaar zijn in de praktijk. De cursus behandelt beoordeling, differentiële diagnose, manuele therapie, vroege revalidatie en revalidatie in een later stadium. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholingscursus The Adult Hip ».

In deze webinar bespreken we met MSc Bart van Buchem en een ervaringsdeskundige Jef Huijbers hoe verwachtingen een grote rol in het therapeutische proces spelen. Gaat het over? Hoe lang gaat het nog duren? Is er wel iets aan te doen? Hoe kun je als fysiotherapeut invloed uitoefenen op het proces van de verwachtingen? En hoe kun je de patiënt centraal stellen in dit proces?

Als fysiotherapeut is het belangrijk om realistische verwachtingen te creëren bij de patiënt, ongeacht of de patiënt overtuigd is van volledige genezing of het idee heeft dat niets meer helpt. Hieronder vind je enkele suggesties voor hoe je als fysiotherapeut met deze scenario’s om kunt gaan:

Scenario 1: Patiënt is overtuigd van volledige genezing

Het is belangrijk om de patiënt te begrijpen en hun verwachtingen te respecteren. Leg uit dat het verminderen van chronische pijn vaak een langdurig en complex proces is, waarbij veel factoren betrokken zijn. Leg uit dat behandelingen gericht zijn op het verminderen van pijn en het verbeteren van de kwaliteit van leven, maar dat volledige genezing mogelijk niet haalbaar is.

Je kunt de patiënt ook aanmoedigen om realistische doelen te stellen en samen met hen een behandelplan opstellen dat past bij hun individuele behoeften en mogelijkheden. Het is belangrijk om de patiënt te ondersteunen en te motiveren om zelfmanagementtechnieken te gebruiken, zoals oefeningen en ontspanningstechnieken, om de pijn te verminderen en de kwaliteit van leven te verbeteren.

Scenario 2: Patiënt denkt dat niets meer helpt

Het is belangrijk om te begrijpen waarom de patiënt denkt dat niets meer helpt. Mogelijk hebben ze een aantal behandelingen gehad die niet succesvol waren, of hebben ze slechte ervaringen gehad met eerdere behandelaars. Het is belangrijk om naar hun zorgen te luisteren en hen gerust te stellen dat er nog steeds opties zijn die kunnen helpen.

Leg uit dat chronische pijn een complexe aandoening is en dat er vaak geen eenvoudige oplossing is. Leg uit dat je een zorgvuldige beoordeling zult uitvoeren en samen met de patiënt een persoonlijk behandelplan zult opstellen dat past bij hun individuele behoeften en mogelijkheden.

Je kunt de patiënt ook aanmoedigen om realistische doelen te stellen en hen motiveren om zelfmanagementtechnieken te gebruiken, zoals oefeningen en ontspanningstechnieken, om de pijn te verminderen en de kwaliteit van leven te verbeteren. Het is belangrijk om de patiënt aan te moedigen om positief te blijven en te geloven dat er nog steeds opties zijn die kunnen helpen.

Neem als voorbeeld mensen met lage rugpijn die hiervoor een fysiotherapeut zoeken
Deze patiënten hebben al een vooroordeel dat bukken slecht is voor de rug. Een associatie daarbij is dat mensen verwachten daardoor nog meer klachten te krijgen. Een andere associatie is dat ze denken dat ze door het bukken bij lage rugpijn iets beschadigen of stuk maken, waardoor de rug andermaal aan slijtage onderhevig is. Vanuit de ervaringsgerichte benadering ga je die ervaring toetsen in de praktijk. Je ziet vaak dat deze patiënten tijdens de beweging zichzelf schrap zetten en hun adem vasthouden. Dit doen ze omdat ze het gevoel hebben hun rug te moeten beschermen, anders is het slecht. Leg daarom bij dezelfde beweging jouw handen op de buik of rug van de patiënt. En vraag hem/haar de beweging nogmaals te doen, en in plaats daarvan door te blijven ademen en de rugspieren actief te ontspannen. De uitkomst kan conflicterend voor ze zijn, omdat ze niet nog meer pijn ervaren. Dit botst dus met de verwachting dat iets schadelijks is.

Gratis webinar voor fysiotherapeuten; Explain Pain – Verwachtingen over therapie

Wil je meer weten over de verwachtingen over therapie (tijdens de cursus Explain Pain gaan we dieper in op dit onderwerp) volgens de inzichten van MSc Bart van Buchem? Luister dan naar de uitgebreide versie van de gratis webinar via onderstaande link.

Explain Pain – begrijp de pijn cursus

Pijn is een wereldwijd probleem, met 1 op 5 mensen die een chronische vorm van pijn ervaart. De druk op de gezondheidszorg is aan het toenemen en de vraag naar een oplossing wordt groter. Opvattingen met betrekking tot (chronische) pijn maken daardoor ook een evolutie door. Sommige hebben het zelfs over een pijnrevolutie. Waarbij je radicaal anders leert denken en handelen met betrekking tot pijn en gezondheid. Maar hoe?

Onze tweedaagse cursus heeft twee hoofddoelen: Verdieping en verbreding kennis met betrekking tot pijn voor de professional. En toepassing van deze kennis – door het gericht en strategisch in te zetten ten behoeve van behandeldoelstellingen. Meer weten over de nascholingscursus Explain Pain voor fysiotherapeuten ->

De sleutel tot efficiënt hardlopen Fysiolinks

Vraag je je ooit af wat toplopers als Usain Bolt en Eliud Kipchoge zo buitengewoon maakt? Natuurlijk spelen hun fysiologische kwaliteiten en talenten een grote rol. Het is daarnaast ook hun moeiteloze, soepellopende techniek die hen in staat stelt om records te breken en historische wereldprestaties neer te zetten.

Een loopanalyse richt zich vaak op het begrijpen en verbeteren van de biomechanica en bewegingspatronen tijdens het hardlopen. Het is van belang om functionele bewegingen en het optimaliseren van de interactie tussen spieren, gewrichten en het zenuwstelsel plaats te laten vinden. Bij een loopanalyse worden verschillende aspecten geobserveerd en beoordeeld:

  • Algemene houding: Men kijkt naar de algehele houding van de hardloper, inclusief de positie van het hoofd, de schouders, de wervelkolom en het bekken. Een goede houding zorgt voor een efficiënte overdracht van krachten en minimaliseert blessurerisico’s.
  • Voetafwikkeling: het is van belang om een efficiënte voetafwikkeling te hebben, waarbij de voet op een natuurlijke manier contact maakt met de grond. Er wordt gekeken naar factoren zoals pronatie (inwaartse kanteling van de voet), supinatie (uitwaartse kanteling van de voet) en de mate van contact met de grond.
  • Knie- en heupflexie: De analist observeert de mate van knie- en heupflexie tijdens het hardlopen. Een goede flexie zorgt voor een efficiënte krachtoverdracht en vermindert de impact op de gewrichten.
  • Armbeweging: De beweging van de armen tijdens het hardlopen is van invloed op de balans en de coördinatie. Een gecontroleerde en tegenovergestelde beweging van de armen ten opzichte van de benen is belangrijk.
  • Grondcontacttijd: De duur van het contact van de voet met de grond is een belangrijk aandachtspunt bij de loopanalyse. Een kortere grondcontacttijd wijst vaak op een efficiëntere loopstijl.
  • Krachtoverdracht: het maximaliseren van de krachtoverdracht tussen verschillende lichaamsdelen is essentieel voor een effectieve loopstijl. De analist let op de coördinatie en timing van de spieractivatie om te beoordelen hoe goed de kracht wordt overgedragen.

Tijdens de loopanalyse kunnen verschillende technieken worden gebruikt, zoals video-opnamen, sensoren en biomechanische metingen. Deze gegevens helpen bij het objectief beoordelen van de loopstijl en het identificeren van eventuele gebieden die verbetering behoeven.

Het uiteindelijke doel van een loopanalyse is om de hardloper bewust te maken van zijn of haar bewegingspatronen en hen te helpen deze te optimaliseren. Door functionele bewegingen en een efficiënte biomechanica na te streven, kan de hardloper zijn prestaties verbeteren en blessures helpen voorkomen. Dit alles waarbij de principes vanuit het Frans Bosch Systeem (FBS) gehanteerd worden met veel focus op impliciet leren.

Wat hebben een soepele lichaamstorsie, voldoende heupmobiliteit, het vermogen om het bekken te beheersen, de voetproprioceptie en enkelcontrole met elkaar gemeen? Je leest het in onze blog: Dit zijn de bepalende factoren voor dynamische stabiliteit bij hardlopen »

Welke nascholingscursussen kunnen jou als fysiotherapeut hierbij verder helpen?

Loopanalyse bij de geblesseerde atleet door MSc Philip Cortvriendt
De tweedaagse cursus (KRF 16pt) objectieve loopanalyse: van data tot een doelgericht behandelplan, waarbij de principes vanuit het Frans Bosch Systeem (FBS) gehanteerd worden met veel focus op impliciet leren. De revalidatie is niet alleen interessant voor de sportfysiotherapeut, maar voor elke fysiotherapeut die zijn sporter en revalidant naar een hogere level wil brengen via veelbelovende en ongeëvenaarde oefeningen. Je vindt op onze website een korte video-impressie van deze cursus. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholingscursus Loopanalyse bij de geblesseerde atleet ».

Webinar - Behandeling tenniselleboog door PhD Val Jones - Fysiolinks

Waarom is het herstel van een tenniselleboog zo’n probleem om te managen? Daar wordt in deze video van elleboog specialist Pt PhD Val Jones aandacht aan besteed. Ze zal onder andere kijken naar de risicofactoren, de klinische signalen en symptomen en wat het pijnsysteem doet. Daarnaast gaat ze dieper in op wat wij als fysiotherapeuten kunnen doen in de behandeling en hoe een positieve mindset hierbij een recept voor succes kan zijn.

Dus heb je patiënten met vervelende en langdurige elleboogklachten zoals een tenniselleboog? Val Jones, dé elleboogspecialist uit Engeland, neemt je in deze Engelstalige webinar mee om haar kennis aan jullie over te brengen. Ze leert je hoe je dit gewricht kunt evalueren en behandelen in een zeer praktijkgerichte webinar van ongeveer 3o minuten.

Welke nascholingscursussen kunnen jou als fysiotherapeut hierbij verder helpen?

The Elbow Complex Demystified met Pt PhD Val Jones

In deze tweedaagse cursus komt het evidence based onderzoek en de behandeling aan bod van mensen met klachten van de elleboog. De elleboogcursus helpt je jouw kennis en kunde van het evidence based onderzoeken en behandelen van patiënten met een probleem aan de elleboog te verbeteren.

In de cursus The Elbow Complex Demystified » ligt de focus op het klinisch redeneren via casuïstiek en het oefenen van vaardigheden die nodig zijn om effectief onderzoek van de elleboog te kunnen doen.

Waarom leren met Fysiolinks

Fysiolinks heeft met 20 cursussen een ruim aanbod in erkende trainingen voor fysiotherapeuten. We hebben een interessant leerproces ontwikkeld waarin kennis en praktijk samen worden gebracht – de link tussen denken en doen. Samen met onze topdocenten die een passie hebben voor het vak en dit graag laten ervaren, helpen wij dat te realiseren. In een gratis videopresentatie van minder dan een half uur vergroot jij je kennis onder begeleiding van de beste internationale docenten van Fysiolinks. Prikkel je nieuwsgierigheid en wordt nog sterker in je vak.

De afgelopen twee decennia hebben we een opmerkelijke toename gezien in de belangstelling voor coretraining om de bekkenstabiliteit van sporters, vooral hardlopers, te verbeteren. Dit is een geweldige ontwikkeling die ons heeft geholpen om atleten naar hogere prestatieniveaus te tillen. We richten ons daarbij niet alleen op de basisprincipes van coretraining. We kiezen voor een aanpak die alle factoren omvat die bijdragen aan dynamische stabiliteit.

Wat is dynamische stabiliteit en waarom is het belangrijk?

Voordat we dieper ingaan op de beïnvloedende factoren, is het belangrijk om te begrijpen hoe we dynamische stabiliteit meten. Het is de zij-aan-zij beweging van het zwaartepunt (CoM) en het weerspiegelt het vermogen om het bekken te controleren tijdens de standfase van het looppatroon. Meer zijwaartse bewegingen zal de belasting van de stabiliserende spieren verhogen, wat leidt tot een verminderde loopefficiëntie en een groter risico op blessures (Schütte et al. 2017; Pla et al. 2021).

*Illustratie van de zijwaartse beweging van COM tijdens de standfase van het lopen

Bepalende factoren voor een optimale dynamische stabiliteit

1. Soepele lichaamstorsie

Torsie verwijst naar het roterende samenspel tussen het boven- en onderlichaam, waarbij ze in tegengestelde richtingen bewegen. Wanneer je bijvoorbeeld je linkerbeen en de linkerkant van je bekken naar voren brengt, bewegen je rechterarm en schouder naar voren. Dit patroon creëert een rek door onze schuine sling, die korter wordt bij de overgang naar de andere kant. Dit gecoördineerde patroon creëert een stabiel, voorwaarts en voortbewegend lichaam CoM.

Om het belang van torsie te begrijpen, kun je bij wijze van test eens vooruit rennen zonder je armen en schouders hierbij te bewegen. Je merkt al snel hoe uitdagend het is om snelheid te genereren en de controle over je bekken te behouden. Dit komt doordat de gecoördineerde beweging van het boven- en onderlichaam een cruciale rol speelt bij het genereren van beweging.

Een slechte/asymmetrische coördinatie van het bovenlichaam kan een gevolg zijn van een slechte controle van het bekken. Forceer het niet om te veranderen!

2. Voldoende heupmobiliteit

Wist je dat heupmobiliteit en flexibiliteitstekorten de manier kunnen verstoren waarop we tijdens het hardlopen dynamische stabiliteit kunnen behouden? Vooral het extensiebereik (ROM) van ons heupgewricht, dat beperkt is tot +-20-30°, speelt hierbij een essentiële rol. Dit is waar het een uitdaging vormt tijdens het hardlopen, omdat we onze benen moeten kunnen strekken. Om de vereiste ROM te bereiken, moeten we kunnen draaien en kantelen.

Hoewel het vergroten van onze bekkenkanteling zo zijn voordelen kan hebben, heeft het ook een nadeel. Wanneer we ons bekken naar voren kantelen, kunnen we onbedoeld de gespannen voorste spiergroepen losmaken die energie hebben opgeslagen om ons been naar voren te bewegen. Dit kan resulteren in een been dat niet zo snel beweegt als zou moeten. Het beïnvloedt ons vermogen om onze voet goed te plaatsen tijdens de eerste contactfase van onze stap.
Merk je een lange grondcontacttijd en een lage cadans op? Probeer kleinere stappen uit te voeren om de dynamische stabiliteit te verbeteren.

*Illustratie van de ‘aangepaste thomas-test’ om heupflexibiliteit te beoordelen. Bekijk de YouTubevideo met uitleg ->

3. Vermogen om het bekken te beheersen

Om een goede dynamische stabiliteit te bereiken, moeten we ons bekken dus onder controle kunnen houden. Hoewel de krachten die op het lichaam worden uitgeoefend hoog zijn, is het niet alleen de maximale spierkracht die deze controle bepaalt, maar ook de timing van spieractivatie. De impactduur, de tijd waarin de piekimpact ons bekken bereikt, kan erg kort zijn (15-150 ms), waardoor het moeilijk voor de spieren wordt om op tijd te reageren. Om dit aan te pakken, moeten we vertrouwen op pre-activering van de spieren, waarbij de spieren al actief zijn voordat de voet de grond raakt. Zelfs als we een goede heupspierkracht hebben, is een goede timing cruciaal en moet deze op de juiste manier worden getraind. Houd er rekening mee dat blessures vertraagde spieractivering kunnen veroorzaken bij het stabiliseren van de heupspieren (Willson et al. 2011)

Een goede controle over ons bekken behouden wordt een nog grotere uitdaging wanneer we moe beginnen te worden. De afbeeldingen hierboven tonen een voorbeeld van een hardloper uit het artikel van Schutte et al., (2014) die zijn bekken beweegt met meer zijdelingse verplaatsingen (Figuur B vermoeid vs. Figuur A vers) en met hogere, minder gecontroleerde, zijdelingse versnellingen (Figuur D vermoeid vs. Figuur C fris). Dit benadrukt hoe belangrijk het is om tijdens een langere of intensievere hardloopsessie een goede controle over ons bekken te behouden en energieverspilling door bewegingen te minimaliseren.

4. Voetproprioceptie en enkelcontrole

Tegenwoordig dragen we meer schoenen met kussens. Dit kan gunstig zijn om de impact op te vangen, maar kan ook het vermogen verminderen om de grond onder onze voeten te voelen, de zogeheten proprioceptie. Daarom is het belangrijk om onze stabiliserende spieren goed te activeren voor het eerste contact, omdat we maar weinig tijd hebben om adequaat te reageren. Of je nu met een voorvoet, middenvoet of achtervoet rent, actieve dorsaalflexie van je voet is cruciaal om slapte in je kuitspieren te verminderen en de voorste spieren van je enkel te activeren. Dit kan de eerste schokabsorptie in de voet en enkel verbeteren (echt belangrijk!) en de gewrichten controleren om de energieopslag in het peesweefsel te verbeteren voor een betere energieteruggave.

*Spieren rond de voet en enkel zijn lang en zeer peesvormig, waardoor ze geschikt zijn voor energieopslag en -afgifte tijdens het hardlopen.

Hoewel dynamische stabiliteit een belangrijke biomechanische parameter is om het risico op letsel te verminderen en de efficiëntie van bewegingen te verbeteren, kunnen verschillende bepalende factoren deze parameter beïnvloeden. Maar hoe kunnen we nu beter worden in het voortstuwen van onze CoM door middel van training? Tijdens onze nascholingscursus Loopanalyse bij de geblesseerde atleet leer je hier meer over.

Dit artikel is in samenwerking met MSc Philip Cortvriendt van Runeasi ontwikkeld. Philip behaalde een masterdiploma in fysiotherapie en revalidatiewetenschappen en heeft kernexpertise op het gebied van hardlopen, waarbij hij werkt met zowel recreatieve als toplopers.

Welke nascholingscursussen kunnen jou als fysiotherapeut hierbij verder helpen?

Loopanalyse bij de geblesseerde atleet door MSc Philip Cortvriendt
De tweedaagse cursus (KRF 16pt) objectieve loopanalyse: van data tot een doelgericht behandelplan, waarbij de principes vanuit het Frans Bosch Systeem (FBS) gehanteerd worden met veel focus op impliciet leren. De revalidatie is niet alleen interessant voor de sportfysiotherapeut, maar voor elke fysiotherapeut die zijn sporter en revalidant naar een hogere level wil brengen via veelbelovende en ongeëvenaarde oefeningen. Je vindt op onze website een korte video-impressie van deze cursus. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholingscursus Loopanalyse bij de geblesseerde atleet ».

Webinar - Return tot play criteria bij hamstring letsel en VKB-reconstructies met prof. dr. Erik Witvrouw

In deze gratis webinar (29 minuten) neemt prof. dr. Erik Witvrouw je op een vlotte manier mee in de wetenschappelijke achtergronden rondom return tot play criteria bij hamstringletsel en VKB-reconstructies. Wanneer geef je het lichaam voldoende tijd om te genezen van deze ingreep? Een combinatie van respect voor de tijd voor natuurlijk herstel én functionele tests zal op termijn tot betere resultaten leiden om te bepalen of een sporter klaar is om weer te gaan spelen (return to play).

 

De cursus revalidatie bij kniekklachten van prof. dr. Erik Witvrouw

Zeg je de best mogelijke inzichten en behandeling van knieklachten bij sportletsel, dan zeg je prof. dr. Erik Witvrouw. Zowel bij de minder actieve bevolking als bij de fysiek actieve (sport)bevolking, komt knieletsel zeer vaak voor. Bijna alle knieletsels hebben een fysiotherapeutische behandeling nodig om operatief ingrijpen te voorkomen of juist na een operatieve ingreep.

In zijn tweedaagse (KRF 19pt) evidence based cursus deelt prof. dr. Erik Witvrouw de laatste interessante kennis ‘Revalidatie bij (sport)letsel van de knie’ met jou. De meest voorkomende knieaandoeningen met boeiende onderwerpen als patellofemorale pijnsyndroom, voorste kruisbandletsels en de behandeling van hamstringletsels komen aan bod en je leert allerlei nieuwe oefentechnieken. Waardoor je deze kennis over knieaandoeningen gelijk in de praktijk kunt toepassen.

Waarom leren met Fysiolinks

Fysiolinks heeft met 20 cursussen een ruim aanbod in erkende trainingen voor fysiotherapeuten. We hebben een interessant leerproces ontwikkeld waarin kennis en praktijk samen worden gebracht – de link tussen denken en doen. Samen met onze topdocenten die een passie hebben voor het vak en dit graag laten ervaren, helpen wij dat te realiseren. In een gratis videopresentatie van minder dan een half uur vergroot jij je kennis onder begeleiding van de beste internationale docenten van Fysiolinks. Prikkel je nieuwsgierigheid en wordt nog sterker in je vak.

 

Type 1 (Winging) Scapuladyskinesie oefeningen - Fysiolinks

Wanneer er bij een scapula dysfuntie het evenwicht tussen de vier rotator cuff spieren wordt verstoord waardoor de grote rug-, borst- en nek¬spieren compensatoir het schouderblad moeten stabiliseren, zijn daar verschillende schouderoefeningen voor die je als fysiotherapeut kunt inzetten. Heeft jouw patiënt een type 1 scapula dysfunctie (winging)? Ga aan de slag met deze serie oefeningen uit de schoudercursussen van prof. dr. Ann Cools en prof. dr. Anju Jaggi.

  1. Stretching Pectoralis Minor
  2. Side-lying external rotation (low ratio UT-LT)
  3. Inferior Glide Scapula With Er And Thoracic Extension
  4. Prone extension (low ratio UT-LT)
  5. Serratus punch supine (low ratio UT-SA)

 

 

De schoudercursus van prof. dr. Ann Cools

Ann Cools is een Belgische fysiotherapeut en onderzoeker, die bekend staat om haar expertise in schouderrevalidatie en -behandeling. Ze heeft ook haar eigen schoudercursussen ontwikkeld, genaamd “Schouderklachten (level I, II en III)” en ‘Return to sport; The shoulder in sports medicine’, waarin ze zich richt op het ontwikkelen van een dieper begrip van de anatomie en biomechanica van de schouder en het toepassen van wetenschappelijk onderbouwde revalidatieprincipes.

Hier is wat feedback van cursisten:

Gefascineerd zoals Ann Cools de recente wetenschap koppelt aan praktische tools voor de praktijk!

Zeer enthousiast na het volgend van de cursussen van Ann. Zij weet zo veel van dit onderwerp maar kan dit ook snel koppelen aan praktische tools voor in de praktijk. Een ontzettend inspirerende vrouw die je weet te boeien van begin tot eind!

 

Hele leuke en praktijkgerichte cursus van Anju Jaggi

Goede ervaring met Fysiolinks! Alle informatie voor de cursus ruim op tijd waardoor je jezelf goed kon voorbereiden. De cursus is erg praktijkgericht en ze gebruikt veel praktijkvoorbeelden! Verder alles goed evidence based onderbouwd! Zet je goed aan het denken om kritisch naar je eigen vak te blijven kijken!

De schoudercursus van dr. Anju Jaggi

Anju Jaggi is een fysiotherapeut en wetenschapper uit het Verenigd Koninkrijk, die gespecialiseerd is in de behandeling van complexe schouderaandoeningen. Ze heeft haar eigen schoudercursus ontwikkeld, genaamd “Solving complex shoulder problems“, waarin ze zich richt op een combinatie van mobilisatie, versterkende oefeningen en neuromusculaire re-educatie om schouderaandoeningen zoals schouderinstabiliteit te behandelen. De belangrijkste doelstellingen zijn het beter begrijpen van spierrekruteringspatronen, structurele tekorten en de psychosociale factoren bij de behandeling van complexe schouderinstabiliteit en pijn (RCRSP).

Webinar rotator cuff rupturen met prof. dr. Ann Cools - Fysiolinks

Er is steeds meer bewijs dat fysiotherapeutische revalidatie van veel rotator cuff rupturen net zo succesvol is als operatief ingrijpen. Prof. dr. Ann Cools onthult in deze boeiende 20-minuten gratis webinar de effectieve behandeldoelen en bijbehorende oefeningen. Verrijk je praktijk met waardevolle inzichten en behaal succes in elke behandeling. Ontdek de kracht van fysiotherapeutische revalidatie voor rotator cuff rupturen!

 

De schoudercursussen van prof. dr. Ann Cools

Ann Cools is een Belgische fysiotherapeut en onderzoeker, die bekend staat om haar expertise in schouderrevalidatie en -behandeling. Ze heeft ook haar eigen schoudercursussen ontwikkeld, genaamd “Schouderklachten (level I, II en III)” en ‘Return to sport; The shoulder in sports medicine’, waarin ze zich richt op het ontwikkelen van een dieper begrip van de anatomie en biomechanica van de schouder en het toepassen van wetenschappelijk onderbouwde revalidatieprincipes.

Via haar eigen wetenschappelijke stroomdiagrammen helpt ze je om duidelijker schouderpijn te definiëren en heeft ze een algoritme voor de scapula revalidatie.

De tweedaagse ‘Basiscursus Schouderklachten’ worden behandelingsrichtlijnen beschreven voor de meest voorkomende (chronische) schouderaandoeningen zoals rotator cuff aandoeningen, traumatische en atraumatische instabiliteit, scapulaire dyskinesis en sportspecifieke schouderpijn. Andere onderwerpen die zoal aan bod komen zijn: Revalidatie bij anterieure instabiliteit (TUBS), multidirectionele (AMBRI), functionele overbelastingsstabiliteit, manuele mobilisatie en spierverlengende technieken bij subacrominaal conflict en GIRD en tot slot scapulothoracale revalidatie oefening (kracht en musculaire evenwicht). Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Ann Cools ».

Waarom leren met Fysiolinks

Fysiolinks heeft met 20 cursussen een ruim aanbod in erkende trainingen voor fysiotherapeuten. We hebben een interessant leerproces ontwikkeld waarin kennis en praktijk samen worden gebracht – de link tussen denken en doen. Samen met onze topdocenten die een passie hebben voor het vak en dit graag laten ervaren, helpen wij dat te realiseren. In een gratis videopresentatie van minder dan een half uur vergroot jij je kennis onder begeleiding van de beste internationale docenten van Fysiolinks. Prikkel je nieuwsgierigheid en wordt nog sterker in je vak.

 

Videoles Schouderinstabiliteit met prof. dr. Anju Jaggi - Fysiolinks

Prof. dr. Anju Jaggi, is een gerenommeerde experts op het gebied van schouderrevalidatie en -behandeling en als docent verbonden aan Fysiolinks voor haar schoudercursus. Schouderinstabiliteit, dat is wat Anju na aan het hart ligt. In deze (Engelstalige) gratis webinar van zo’n 25 minuten bespreekt zij diverse vormen van schouderinstabiliteit én de behandeling ervan. Ook krijg je meer inzicht in de factoren die je in overweging moet nemen om een goed individueel behandelprogramma samen te stellen voor jouw patiënt.

 

De schoudercursus over schouderinstabiliteit van dr. Anju Jaggi

Anju Jaggi is naast fysiotherapeut ook wetenschapper in het Verenigd Koninkrijk. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe schouderaandoeningen. Ze heeft haar eigen schoudercursus ontwikkeld, genaamd “Solving complex shoulder problems“, waarin ze zich richt op een combinatie van mobilisatie, versterkende oefeningen en neuromusculaire re-educatie om schouderaandoeningen zoals schouderinstabiliteit te behandelen. De belangrijkste doelstellingen zijn het beter begrijpen van spierrekruteringspatronen, structurele tekorten en de psychosociale factoren bij de behandeling van complexe schouderinstabiliteit en pijn (RCRSP).

Ze is betrokken geweest bij de BESS/BOA patiënten zorgtraject van de a-traumatische schouder die gebruikt wordt al richtlijn in Engeland, deze wordt ook besproken tijdens de cursus.

Onze tweedaagse cursus ‘Solving complex shoulder problems’ helpt je klachten van de schoudergordel beter te begrijpen door te focussen op het beïnvloeden van de motorische controle. Als cursist word je daarnaast meegenomen in de problematiek van schouderinstabiliteit veroorzaakt door gebrek aan rotator cuff controle, rotator cuff insufficiëntie en de classificatie en behandeling van niet traumatische instabiliteit. Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholing schoudercursus van Anju Jaggi ».

 

BFR-Trainingsprogramma bij knierevalidatie - Fysiolinks

Bij het schrijven van een BFR-trainingsprogramma wordt onder meer rekening gehouden met medische screening en patiëntkenmerken. Het bepalen van de trainingsdruk op basis van een LOP-beoordeling en het voorschrijven op basis van het druk/belastingscontinuüm zijn cruciaal. Implementeer indien nodig strategieën om de perceptuele eisen te verminderen om naleving op de lange termijn te behouden.

 

Last but not least: denk tijdens jouw training en tijdens elke sessie aan de pijlers van BFR-Training. Gebruik ze als een progressief raamwerk/continuüm voor het toepassen van BFRT van heel eenvoudig tot moeilijker en selecteer de juiste oefeningen.

BFRT-pijler

Pijler 1: celzwelling/passieve BFR

Doelen van pijler 1:

  • Korte kennismakingsperiode
  • Vermindering van atrofie en verlies van spierkracht

Pijler 2: cardiovasculaire training

Doelen van Pijler 2:

  • Toename van spiermassa en kracht
  • Behoud of verbetering van het aërobe vermogen
  • Pijnstilling
  • Brug richting pijler 3

Pijler 3: weerstandstraining

Doelen van Pijler 3:

  • Streef dezelfde voordelen na als bij traditionele krachttraining met hoge belasting, zonder alle externe mechanische belasting
  • Verminder atrofie
  • Verhogen van spierhypertrofie
  • Vergroot de spierkracht en het uithoudingsvermogen
  • Activeringsproblemen oplossen
  • Pijnstilling
  • Vergemakkelijk het botmetabolisme

Pijler 4: prestatietraining

Wordt niet vaak gebruikt bij knierevalidatie.  Individuen kunnen pijler 1 en/of 2 overslaan als uit jouw evaluatie blijkt dat zij de druk van latere pijlers kunnen verdragen.

Deze blog is geschreven door MSc Mathias Thoelen; Docent BFRT voor de nascholingscursus Blood Flow Restriction Training: Conservatieve en postoperatieve revalidatie van musculoskeletale aandoeningen

Welke nascholingscursussen kunnen jou als fysiotherapeut hierbij verder helpen?

Blood Flow Restriction Training: Conservatieve en postoperatieve revalidatie van musculoskeletale aandoeningen met MSc Mathias Thoelen
Dé cursus (KRF 8pt) voor revalidatieprofessionals die de kracht en wetenschap achter Blood Flow Restriction willen begrijpen en weten hoe je het toepast! Meer weten over onze KNGF geaccrediteerde nascholingscursus BFRT ».

References:

Abe, T., Kearns, C. F., & Sato, Y. (2006). Muscle size and strength are increased following walk training with restricted venous blood flow from the leg muscle, Kaatsu-walk training. Journal of applied physiology, 100(5), 1460-1466.
Abe, T., Fujita, S., Nakajima, T., Sakamaki, M., Ozaki, H., Ogasawara, R., … & Ishii, N. (2010). Effects of low-intensity cycle training with restricted leg blood flow on thigh muscle volume and VO2max in young men. Journal of sports science & medicine, 9(3), 452.
Bond, C. W., Hackney, K. J., Brown, S. L., & Noonan, B. C. (2019). Blood flow restriction resistance exercise as a rehabilitation modality following orthopaedic surgery: a review of venous thromboembolism risk. journal of orthopaedic & sports physical therapy, 49(1), 17-27.
Centner, C., Jerger, S., Lauber, B., Seynnes, O. R., Friedrich, T., Lolli, D., … & König, D. (2022). Low-load blood flow restriction and high-load resistance training induce comparable changes in patellar tendon properties.
Constantinou, A., Mamais, I., Papathanasiou, G., Lamnisos, D., & Stasinopoulos, D. (2022). Comparing hip and knee focused exercises versus hip and knee focused exercises with the use of blood flow restriction training in adults with patellofemoral pain. European Journal of physical and rehabilitation Medicine, 58(2), 225.
Cuddeford, T., & Brumitt, J. (2020). In‐season rehabilitation program using blood flow restriction therapy for two decathletes with patellar tendinopathy: A case report. International journal of sports physical therapy, 15(6), 1184.
Formiga, M. F., Fay, R., Hutchinson, S., Locandro, N., Ceballos, A., Lesh, A., … & Cahalin, L. P. (2020). EFFECT OF AEROBIC EXERCISE TRAINING WITH AND WITHOUT BLOOD FLOW RESTRICTION ON AEROBIC CAPACITY IN HEALTHY YOUNG ADULTS: A SYSTEMATIC REVIEW WITH META-ANALYSIS. International Journal of Sports Physical Therapy, 15(2).
Giles, L., Webster, K. E., McClelland, J., & Cook, J. L. (2017). Quadriceps strengthening with and without blood flow restriction in the treatment of patellofemoral pain: a double-blind randomised trial. British journal of sports medicine, 51(23), 1688-1694.
Hughes, L., Grant, I., & Patterson, S. D. (2021). Aerobic exercise with blood flow restriction causes local and systemic hypoalgesia and increases circulating opioid and endocannabinoid levels. Journal of Applied Physiology, 131(5), 1460-1468.
Hughes, L., Paton, B., Haddad, F., Rosenblatt, B., Gissane, C., & Patterson, S. D. (2018). Comparison of the acute perceptual and blood pressure response to heavy load and light load blood flow restriction resistance exercise in anterior cruciate ligament reconstruction patients and non-injured populations. Physical Therapy in Sport, 33, 54-61.
Hughes, L., & Patterson, S. D. (2020). The effect of blood flow restriction exercise on exercise-induced hypoalgesia and endogenous opioid and endocannabinoid mechanisms of pain modulation. Journal of Applied Physiology, 128(4), 914-924.
Hughes, L., Patterson, S. D., Haddad, F., Rosenblatt, B., Gissane, C., McCarthy, D., … & Paton, B. (2019a). Examination of the comfort and pain experienced with blood flow restriction training during post-surgery rehabilitation of anterior cruciate ligament reconstruction patients: A UK National Health Service trial. Physical Therapy in Sport, 39, 90-98.
Hughes, L., Rosenblatt, B., Haddad, F., Gissane, C., McCarthy, D., Clarke, T., … & Patterson, S. D. (2019b). Comparing the effectiveness of blood flow restriction and traditional heavy load resistance training in the post-surgery rehabilitation of anterior cruciate ligament reconstruction patients: a UK National Health Service Randomised Controlled Trial. Sports Medicine, 49(11), 1787-1805.
Hughes, L., Rosenblatt, B., Paton, B., & Patterson, S. D. (2018). Blood flow restriction training in rehabilitation following anterior cruciate ligament reconstructive surgery: A review. Techniques in Orthopaedics, 33(2), 106-113.
Jack, R. A., Lambert, B. S., Hedt, C. A., Delgado, D., Goble, H., & McCulloch, P. C. (2022). Blood Flow Restriction Therapy Preserves Lower Extremity Bone and Muscle Mass After ACL Reconstruction. Sports Health, 19417381221101006.
Korakakis, V., Whiteley, R., & Epameinontidis, K. (2018). Blood flow restriction induces hypoalgesia in recreationally active adult male anterior knee pain patients allowing therapeutic exercise loading. Physical Therapy in Sport, 32, 235-243.
Kotsifaki, R., Korakakis, V., King, E., Barbosa, O., Maree, D., Pantouveris, M., … & Whiteley, R. (2023). Aspetar clinical practice guideline on rehabilitation after anterior cruciate ligament reconstruction. British Journal of Sports Medicine, 57(9), 500-514
Patterson, S. D., Hughes, L., Warmington, S., Burr, J., Scott, B. R., Owens, J., … & Loenneke, J. (2019). Blood flow restriction exercise: considerations of methodology, application, and safety. Frontiers in physiology, 10, 533.
Prue, J., Roman, D. P., Giampetruzzi, N. G., Fredericks, A., Lolic, A., Crepeau, A., … & Weaver, A. P. (2022). Side effects and patient tolerance with the use of blood flow restriction training after ACL reconstruction in adolescents: a pilot study. International Journal of Sports Physical Therapy, 17(3), 347.
Rolnick, N., Kimbrell, K., Cerqueira, M. S., Weatherford, B., & Brandner, C. (2021). Perceived Barriers to Blood Flow Restriction Training. Frontiers in Rehabilitation Sciences, 14.
Skovlund, S. V., Aagaard, P., Larsen, P., Svensson, R. B., Kjaer, M., Magnusson, S. P., & Couppé, C. (2020). The effect of low‐load resistance training with blood flow restriction on chronic patellar tendinopathy—A case series. Translational Sports Medicine, 3(4), 342-352.
Wernbom, M., & Aagaard, P. (2020). Muscle fibre activation and fatigue with low‐load blood flow restricted resistance exercise—An integrative physiology review. Acta Physiologica, 228(1), e13302.